Rudie in Kenia

Rudie:

ik heb altijd gedacht ’t Zal wel´, als mensen zeiden dat ze ergens kippenvel van kregen.

Maar nu, tijdens deze reis, heb ik het doorlopend gehad. Kippenvel.

Toen een groep kinderen voor ons stond te zingen.

Toen we een enorme kudde gnoes in beweging zagen komen, om hun jaarlijkse trek van Kenia naar Tanzania te ondernemen.

Dat donderende geraas van hoeven over de kurkdroge grond.

Als je de zon ziet opkomen over het regenwoud.

Als je merkt, hoe God ALTIJD de leiding heeft in al je plannen en voornemens.

Als je Zijn bescherming op mag merken, bijvoorbeeld, toen ons busje behoorlijk vertraging had door pech.

Daardoor waren we niet in aanraking gekomen met een gewapend conflict op de plek, waar we, zonder die pech, op dat moment zouden zijn geweest.

Of dat, net voordat de bouw van de eerste kerk begonnen was, de lang aangehouden regen was gestopt.

Of, in het droge gebied, vlak bij de evenaar, waar de temperatuur wel tot ver over de 40okan oplopen, het al die tijd bewolkt was, en de temperatuur niet boven de 35okwam, warm hoor, zeker. Maar te doen. Met temperaturen van 40oen hoger, wordt het écht niet meer werkbaar.

Als je weer gespaard bent op wegen, met vele, vele ‘blackspot’ bordjes, die doodsgevaar aanduiden: afbrokkelende ravijnranden, neerstortend berggesteente.

En dan die keer, dat we op motoren op weg gingen, 1 centimeter langs zo’n afgrond, of op een halve centimeter een busje passerend.

Er konden twee passagiers op zo’n motor, maar omdat we met zijn vijven waren, mocht ik in m´n eentje achterop. Dacht: fijn, lekker de ruimte.

Maar die vreugde werd al gauw de bodem ingeboord toen ik hoorde, dat die man pas drie dagen motor mocht rijden.

Dit klinkt misschien alsof we dag in dag uit aan levensgevaar bloot stonden, maar in werkelijkheid was dat niet meer dan thuis in het verkeer of waar ook.  Het was allemaal ánders, maar ook dankzij de leiding van de zonen van Anton en Els voelden wij ons veilig, beschermd, ja, thuis waar wij waren.

 

kakkerlakken en spinnewebben

Wat wél kon tegenstaan, waren de af en toe erbarmelijke hygiënische omstandigheden.

Soms was er een soort WC, maar om die te bereiken, moest je je eerst door een woud van spinnewebben heen worstelen, intussend e ene na de andere kakkerlak doodtrappend, gewoon omdat ze niet te ontwijken waren.

Ook is het me overkomen, dat, toen ik aan het touwtje trok om door te spoelen, dat touwtje brak, maar nét te laat, zodat toch nog de hele stortbak naar beneden kwam compleet met vuil, drabbig, stinkend water.

Het enige wat je dan wil, is een hete douche. Maar ja, die ís er niet.

Vaak was er zelfs niet eens een WC, en moest je het zien te stellen met een gat in de grond.

 

cultuurverschil

Vrouwen krijgen een soort onderscheiding in de vorm van een halsketting voor elke bereikte fase in een meisjes- of vrouwenleven. Sommige vrouwen hebben een lang-uitgerekte nek van de kettingen.

Er zijn hutten voor mannen en vrouwen. Meerdere vrouwen samen in één hut. Mannen in een eigen hut.

Maar, zei een man,  wijzend naar een hut met een groep vrouwen er voor, ik slaap meestal in de vrouwenhut.  

Ik vroeg ik mijn onschuld: wie is uw vrouw? Allemaal, antwoordde de man trots en gelukkig.

Dan sta je, als westerse jongen, toch wel heel even met een mond vol tanden.

 

opmerkelijke rechtssystemen

Ik had, vertelt Rudie verder, toestemming om in de vrouwengevangenis op bezoek te gaan. Dat was een aangrijpende ervaring.

Voor heel érge misdrijven, kan, behalve levenslange gevangenisstraf, ook de doodstraf opgelegd worden.

Alleen wordt die nooit voltrokken.

Maar - voor doodstraf kun je gratie krijgen. En dat wordt dan niet omgezet in levenslang, nee, je komt meteen op vrije voeten.  

 

geloofsbeleving

Je staat ook wel even vreemd te kijken als je een eerste kerkdienst meemaakt, zoals toen onze eerste kerk af was.

Alle omringende gemeenten kwamen de dienst bijwonen, compleet met hun voorgangers, die allemaal een woordje te zeggen hadden.

En dan het zingen. Ik stond in het begin nogal onwennig mee te handenklappen, maar er werd al snel op gewezen dat dat zó niet gaat.

Je moet wiegend meebewegen. Okee, doen dus.

Wonderlijk hoe ook dat went, zelfs zo, dat als je weer in je thuiskerk bent, éven denkt - heel even maar, hoor - béétje saaie boel hier!

Maar je moet je ook niet voorstellen dat onze brave, degelijke gemeente, ineens uit zou breken in zang en dans en handgeklap – dan kun je met de beste wil een schaterlach niet onderdrukken.

Hoewel je als westerling zou kunnen denken dat de geloofsbeleving dáár oppervlakkig is, dan durf ík toch te beweren, dat dat niet zo is.

Anders, en heel intens.

Ik moet toegeven dat de verkondiging niet al te diepgaand was, maar dat kan natuurlijk incidenteel zijn geweest.

Daarnaast ben ik veel oprecht persoonlijk geloof tegengekomen.

Men vraagt ook heel onbevangen naar jouw persoonlijke relatie met God.

Als mensen aan je vragen hoe het gaat, en je dan aangeeft dat je het warm hebt of best wel moe bent, dan slaan ze een arm om je heen, en beginnen spontaan te bidden om kracht voor jou en dat je de hitte kunt verdragen.

 

‘komt wel goed’

Als bij ons iets niet loopt volgens schema en plan dan roept dat vaak irritatie of stress op.

Of zelfs boosheid. Afspraak is afspraak, roepen we dan. En natuurlijk is daar iets voor te zeggen.

Maar de afgesproken tenten, waar we zouden slapen, waren er níet.

Geen mens, die zich vervolgens druk maakt, die gaat lopen vingerwijzen met: maar jij zou

Men komt wél met een oplossing. We konden in een kerk slapen. Een kerk, die er trouwens al langer stond, en dus muren had en deuren en ramen.

Wél zo veilig, eigenlijk.

 

Rudie vertelt desgevraagd, dat, als hij hier nog eens zou kunnen terugkeren, hij dat zeker zou doen. Maar hij wil ook graag kennismaken met andere culturen en omstandigheden.

Dan moeten er keuzes gemaakt worden. Zoveel is duidelijk: hij heeft de smaak te pakken.

We wensen Rudiie een mooie levensreis toe, die, onder Gods bescherming,  hopelijk over vele plaatsen gaat, waar hij anderen tot hulp en zegen kan zijn.

 

 

JONG LEVEN IN DE KERK-erwoud

Erwoud van der Linden

`Kerkgang is een gewoonte geworden, die bij je is gaan horen,  maar ‘gewoonte’ is niet persé hetzelfde als ´geloof´.

 

ik herinner dat ik Erwoud voor het eerst zag toen hij een peuter was van een jaar of twee, een schattig jochie scharrelend rond moeders rokken, en later van de zondagsschool.

Van beide weet Erwoud zich niets dan wel weinig te herinneren, dus jumpen we maar direct door naar het heden en ‘wat doe je° is dan al gauw de eerste vraag.

 

Erwoud zit op de Haagse Hogeschool in Delft en studeert daar technische natuurkunde.

Hij heeft HAVO  gedaan op het Lodensteijn, nog niet zo lang geleden dé  school voor de Westbroekse jeugd, maar sinds enkele jaren verdrongen door de Passie, waar de meeste jongeren naar toe gaan voor het voortgezet onderwijs. Maar gelukkig had hij nog één maatje: Rick Westening

Technische natuurkunde  heeft alles te maken met ITC, mechanica en nanotechnoliogie, waarvan “mechanica”  mij ver boven de pet gaat, maar van nanotechnologie weet ik dan toch maar, dat dit gaat om het zichtbaar maken, dan wel werken met héle kleine deeltjes (1 nano is 1/miljardste meter).

Zoals Erwoud het begrip mechanica uitlegt, wordt niet alleen duidelijk, waar het over gaat, maar is het ook heel boeiend iets te vernemen van die krachten en werkingen in wat je dat dacht een ‘levenloze’ natuur te zijn.

Het is opmerkelijk wat een rijke woordenschat Erwoud tot zijn beschikking heeft, wat weer eens bevestigt dat dislexie geen belemmering hoeft te zijn voor je manier van communiceren en je intelligentie.

In elk geval niet voor Erwoud.

Over communiceren gesproken: Erwoud heeft het niet zp op social media, hij vindt de manier van berichtgeving over het algemeen oppervlakkig, alles moet “leuk” gevonden worden, en de één probeert nog leuker en gelukkiger te zijn dan de ander.. een wedstrijd en een typisch symptoom van de tijd.

Een ander, hiermee samenhangend facet van deze tijd is de prestatiegerichtheid, tezamen met bezitsdrang:  meer, beter, mooier. Mensen laten zich hierdoor opjagen en manipuleren, juist ook door de social media.

En bovendien: voor je het weet ligt je hele leven op straat.

Maar vroeger was er ook wel eens wat. Zo hoort hij, bijvoorbeeld,  van onverwoestbare geschillen tussen oudere mensen, waarvan je je werkelijk afvraagt: waar gáát dit over?

 

Erwoud gaat van kind af aan met zijn familie mee naar de kerk. Nog steeds. 2 keer per zondag.

`Kerkgang is een gewoonte geworden, die bij je is gaan horen`,  vindt hij, maar hij is er zich van bewust, dat ‘gewoonte’ niet persé hetzelfde is als ´geloof´.

Echter, met het groeien naar de volwassenheid is het wel meer een keuze dan alleen een gewoonte.

Dat geldt ook voor het volgen van de catechisaties, waar hij deel nam aan het follow me next traject.

De keuze om belijdenis te doen -  daarvoor  heeft hij, althans voor nu, nog niet de vrijmoedigheid gevonden.

 

De preken op zich zijn over het algemeen duidelijk, dat wel, maar omdat ook Erwoud gewend is geraakt aan structureel verstrekte informatie ten behoeve van de leerprocessen, zou hij er ook niet tegen zijn als dit ook meer in de preken werd toegepast: het vooraf aangeven van punten en grote lijnen.

Door de tegenwoordig gangbare manier van kennis opnemen, van ‘leren’, is het lastiger om een lang verhaal zónder die structuur in je op te nemen.

 

Hoe gaat Erwoud met vernieuwingen om.

Weerklank vindt hij prima, het zingen van een geestelijk lied voor de dienst en een nieuw berijmde psalm: niets tegen.

Maar kinderen aan het Heilig Avondmaal, zéker niet. En ook geen schalen ronddelen. Het is een bewuste keuze, de stap te nemen om aan te gaan.

Kindernevendienst zou zijn voorkeur hebben boven zondagsschool na de kerkdienst, als hij zelf kinderen zou hebben.

Maar, zo stellen we snedig vast, daarvoor moet je wel met z´n tweeën zijn - tenminste, in de traditionele gang van zaken.

En die  wil Erwoud wel volgen. Bovendien vindt hij het  heel belangrijk dat zijn toekomstige vrouw een gelovig meisje is.

Ik zie de ontwikkelingen met belangstellende spanning tegemoet.

 

 

juni 2018 - Kenia

Het is de tweede keer in korte tijd, dat Erwoud weer in de ´praatstoel´ neerstrijkt. In de tussentijd is hij met een groep mensen naar Kenia geweest, waar hij graag iets over wil vertellen. Doel: de bouw van vier kerken.

Nu moeten wij ons geen gigantische gotische kathedralen gaan voorstellen, want dan komen wee bedrogen uit.

Je ziet niet veel meer in dan een niet afgemaakte schuur met een tamelijk onduidelijk doel.

Het geheel is uit staal opgetrokken, omdat het gebruik van hout nóg meer ten koste van de regenwouden zou gaan, en dat wil de man (van oorsprong een Deen) die op het idee is gekomen, uit roeping, naar hij zelf zegt, niet op zijn geweten hebben. Staal dus, in voorgefabriceerde, vervoerbare constructies, die in gegraven paal-gaten worden geplaatst, worden samengevoegd, en voorzien van een dak van golfplaat.

Als dat af is, wordt het kerkgebouw geopend, en komen de omliggende kleine gemeenten daar op af, want het is iets om te vieren.

Zo´n kerkdienst, vertelt Erwoud, is iets, wat je in allereerste instantie niet als Eredienst ervaart, maar dat komt natuurlijk omdat het zó totaal verschilt met wat wij gewend zijn.

Er is wel een zekere structuur in de dienst, zingen, gebed, zingen,  lezing, prediking, zingen, enzovoorts, maar van een strakke liturgie is geen sprake. Soms valt een dienst stil en dan begint er spontaan iemand zo maar in zijn eentje te zingen, maar dat duurt niet lang, men valt de solist spontaan bij.

En op tijd komen  - ach, dat is waar wij klokmensen aan hechten, maar daar nauwelijks telt. We hebben het meegemaakt dat we om half tien moesten beginnen, het was een half uur rijden, en we vertrokken om kwart voor tien. De voorganger van de dienst reed met ons mee. Toen we aankwamen, was niemand ongeduldig of verstoord, men was druk bezig met blij zijn, pakte de draad van de dienst op en ging vrolijk verder met blij zijn.

Hebben ze ook allerlei inheemse muziekinstrumenten in zo´n dienst, vroeg ik.

Nee, antwoordt Erwoud, helemaal niks, maar, je zou er van staan te kijken, daarentegen best wel  eigentijdse geluidsapparatuur met boxen die de hele tijd een ritmisch achtergrondgeluid voortbrengen, maar die als het moet, bijvoorbeeld bij het zingen, in volle hevigheid kunnen losbarsten.  Dat ritmische geluid brengt mee, dat je als vanzelf gaat meebewegen met de mensen, eerst nog wat harkerig, want je bent het niet gewend, maar gaandeweg toch steeds losser. En met handenklappen - daar heb je al heel gauw totaal geen moeite meer mee.

En dan ervaar je door het oprechte enthousiasme van de mensen, dat hier wel degelijk een eredienst gaande is.

De mensen zijn dankbaar, letterlijk voor álles. En dat alles is echt niet veel.

Dan zijn wij toch wel verwend met comfort. Draai de kraan maar open en laat hem net zolang open staan tot je klaar ben met douchen,  Maar daar - een lekker warme douche, met véél water, is meestal niet voorhanden.

En dat is lastig als je al drie dagen van plan was juist op dát moment te gaan douchen als het niet gaat.

Net als elektriciteit - een keer was de stroom drie dagen uitgevallen, niemand die ongeduldig of ongedurig wordt, je gebruikt gewoon je zaklamp.

Aan de andere kant geeft dat allemaal wel rust. Niemand heeft haast, niemand maakt haast, niemand jaagt jou op – en dat de social media niet werken – dát geeft ook rust hoor. Niks geen geapp, getwitter of getweet.

Het tempo en de sfeer ademen ook rust. Dat alles niettemin op schema liep en op tijd af kwam was vooral de danken aan uitstekende planning en logistiek.

Je kwam nooit tijd te kort voor een project of een deel daarvan zonder je ooit opgejaagd te voelen, maar je hield ook nooit teveel tijd over na de voltooiing van een project, zodat je je ook nooit hoefde af te vragen: wat zal ik nóu weer eens gaan doen.

Niet dat je je ooit verveelde, de dagen waren vol, en de contacten in de groep altijd leuk en gezellig. Het was dan ook een ongelooflijk fijne groep mensen.

En het eten, Erwoud?

Wel, als je drie weken bijna uitsluitend rijst krijgt, met wat vage groenten, dan is een bord kale spaghetti gewoon een traktatie.

Helemaal geen vlees? vraag ik.

Nou ja, er waren wel eens gehakte stukken vlees van iets dat ´geit´ genoemd werd, en nou ben ik toch redelijk op de hoogte van de anatomie van een geit, maar eerlijk gezegd, ík kon de onderdelen delen niet plaatsen.  

Het eerste wat Erwoud, eenmaal thuis, ging doen, was een pak van die kant en klare noedels opentrekken, er kokend water over heen gieten, even laten staan, roeren, en smullen maar jongens.

In Kenia had ie ook van die zakjes, maar dat warme water hé, dat was zó moeizaam te verkrijgen en dan ook nog zo schaars, dat ging je gewoon niet gebruiken voor een hapje eten - gewoon a sociaal.

Maar je leert wél, niet meer te zeuren als je het eten thuis soms eens iets minder lekker vindt.

Het wordt tijd om afscheid te nemen. De koek op het schaaltje is, op mijn herhaaldelijk aandringen om toch vooral toe te tasten, schoon op.

 

28-8-18

 

JONG LEVEN IN DE KERK

Naomi

je kunt alles wel verstandelijk proberen te benaderen, maar dat is in het geloof gewoon niet altijd mogelijk.

Dat maakt het ook niet vanzelfsprekend  om zomaar gewoon te geloven.

 

Ik pik Naomi op bij de crèche, waar ze tijdens de kerkdienst op de kleine kinderen heeft gepast. Leuk? vraag ik.

Je doet eens een spelletje, je leest een verhaaltje voor,  je troost een enkel huilend kindje, dus ja, over het geheel genomen: heel leuk, aldus Naomi.

We rijden door een miezerige zondag naar mijn huisje, waar ik thee ga zetten en Naomi alle kaarsen en lichtjes gaat aansteken die er maar voorhanden zijn.

De thee met ‘n chocoladecakeje (met een Himalaya - volgens Naomi - aan slagroom,) vinden hun weg en intussen komt als vanzelf het gesprek op gang.

Dit gaat geen interview worden, dat voel ik al meteen. Dit wordt wederkerig luisteren, instemmen en tegenwerpen, kortom, een prettige en pittige discussie.

Dat zijn ook de woorden, die bij Naomi passen. Zij laat zich absoluut geen knollen voor citroenen verkopen, stelt overal kritische vragen bij of voegt dito kanttekeningen toe, zodat er geen sprake is van ‘vanzelfsprekendheid’, en dat is, tesamen met gevoel voor betrekkelijkheid en humor, verkwikkend.

Naomi studeert bedrijfskunde, aan de Universiteit van Nijmegen, en heeft daarbij ook nog een enkel semester  filosofie gedaan.  

Ze is actief lid (en kringleider) van de studentenvereniging Navigators, die tot doel heeft, de studenten tot Jezus te brengen en hen tot een actief navolger van Hem te maken.

Dit is mede een verklaring, waarom Naomi vindt dat er in de kerk te weinig wordt gepreekt over die navolging.

Naomi hoort maar al te vaak spreken over zonde en schuld, waar dan wel de vergeving van de zonde aan wordt gekoppeld, maar, vraagt zij zich af:

als er eenmaal sprake mag zijn van vergeving en verzoening, wordt het dan niet eens tijd om aandacht te geven aan hoe we invulling geven aan – antwoord geven óp – die vergeving en verzoening?

In plaats van steeds weer een schuldgevoel aanwakkeren zou je ook eens kunnen denken aan het opwekken van verlangen. Verlangen om Jezus na te volgen en bij Hem te horen.

Ik wilde beslist niet de oudere en ‘dus’ wijzere uithangen (want oud en wijs gaan lang niet altijd samen, hooguit heb ik als oudere meer kunstjes geleerd) maar het moest me toch vanuit eigen ervaring van het hart, dat je, ondanks dat je een verzoend kind van God mag zijn, je jezelf toch geregeld weer in een situatie manoeuvreert, die niet naar Gods wil is. Vergeving blijft steeds weer nodig.

Maar, voegt Naomi toe, je krijgt door de kerkgang,  ook door de verkondiging - misschien wel onbewust – toch een heleboel mee, zoals bijvoorbeeld niet egoïstisch zijn, aan anderen denken.

Wat zij, ook als kind van huis uit, heeft meegekregen, is het belang van de zondagsrust. Dat ervaart ze, zeker als het leven steeds hectischer blijkt te worden, als een zegen. 

 

Er is ook bij Naomi sprake van verlangen naar een ‘betere wereld’ – eerlijker verdeling van de rijkdommen, ook mondiaal gezien. Het zou niet zo moeten zijn dat rijken alles doen om ten koste van de armen, nog rijker te worden. Dat natuurlijke rijkdommen vernietigend geëxploiteerd worden.

Nu kun je ‘een betere wereld’ wel gaan vertalen naar ‘de nieuwe hemel en de nieuwe aarde’, die beloofd wordt, maar waarom zou je lijdelijk gaan zitten afwachten? Moeten we intussen écht arme mensen laten kreperen, en de aarde verder naar de verwoesting helpen?

Naomi hoopt, als zij een actief werkend lid van de maatschappij zal zijn geworden, meer en actief bij te dragen aan de bevordering van gerechtigheid.

 

Wat zij aantrekkelijk vindt in onze kerkgemeenschap is de diversiteit. Op de jeugdvereniging zitten allerlei mensen van alle soorten opleiding en met verschillende gaven. Een veelzijdigheid, die ze in het studentenleven op die manier niet ervaart.

Ook in de kerk merkt zij dat op: werkelijk alle leeftijden zijn vertegenwoordigd, en álle mogelijke niveaus.

Bovendien is er altijd herkenning. Ook al ken je de mensen niet eens persoonlijk, het is altijd wel een opa, oma, oom of tante van een vriend of vriendin.

Op de één of andere manier hoor je allemaal bij elkaar, ben je één grote familie.

Als je, hoe dan ook, in een andere kerkgemeenschap terecht zou komen zou het nog niet meevallen zoiets helemaal van de grond af op te bouwen.

 

Naomi weet verstandig en kritisch de dingen te benaderen, ook geloofszaken. Gewoon klakkeloos aannemen wat er wordt opgelepeld, is niet zo haar ding.

Hoe herkenbaar.

We kunnen elkaar dus wederkerig toeroepen:

“Onderzoekt alle dingen, maar behoudt het goede”.

 

RUDIE VAN OOSTRUM

Rudie zat, met onder anderen Simone Bontan, in het laatste zondagsschoolklasje dat ik mocht leiden. Het was een gaaf én begaafd klasje, met niet veel, maar érg bewuste en betrokken kinderen, fijn om mee af te sluiten.

Rudie had een aparte gave om te bidden, en dat deed hij, als ik hem vroeg af te sluiten, graag en goed.

Ik vraag of hem dat nog steeds goed af gaat. Hij antwoordt, heel open: hardop bidden met anderen vaak zelfs beter, dan alleen in stilte voor mezelf.

Het is dan veel moeilijker om tot de kern te komen wat je eigen innerlijk betreft.

Hoe herkenbaar is dát.

Hij doet Havo en hoopt dit jaar af te sluiten met een examen. En er is een test in het verschiet bij Defensie.

(Intussen, we schrijven september 2018, is het HAVO diploma gehaald en is hij toegelaten bij de Luchtmobiele brigade, start 19 november)

Ik klapper even verbaasd met mijn oren, en blijk daarin niet de enige te zijn. Maar Rudie geeft aan dat praktische actie en met mensen werken bij hem past, en voegt daaraan toe, dat het soms heel moeilijk is om te weten wat Gods wil en doel is met je leven.

We komen er samen achter, dat dat meestal ook niet vooraf te bepalen is, maar dat je, als je op een tweesprong staat, toch maar een keuze moet maken, aan Gods hand. Niet kiezen is stilstand en dat kan de bedoeling ook niet zijn. Dan blijkt vanzelf wel eens of het de juiste keuze was. Bovendien - moeten, als je nog zo jong bent, keuzes al persé levenslang definitief zijn?

We hebben het over geloofsbewustzijn, waarvan ik opmerk dat dat bij Rudie al heel jong tot ontwikkeling kwam, en, op een volwassen manier, nog steeds in ontwikkeling mag zijn.

Na de zondagsschool heeft hij op de jeugdclub en de tienerclub gezeten, en sinds mei vorig jaar, sinds zijn 16de, de JV.

En daarom mag hij van Anton ook mee met de Keniareis, ofschoon hij dan nog geen achttien is.

Rudie komt niet veel ongelovige mensen tegen, alleen op de sportclub. Daar vragen ze zich af, hoe je nou kan geloven in een God. Dat kàn toch niet.

Er ís immers geen God. Rudie heeft ondervonden dat vertellen over de persoonlijke relatie die je met God mag hebben, ongelovige mensen meer aanspreekt, dan theoretische of Bijbelse verhalen.

Hij hoopt ook, dat zijn geloof staande mag blijven als hij straks in de maatschappij steeds meer ongelovige mensen zal gaan ontmoeten.

Hij geeft aan dat hij nog wel eens geneigd was om de meningen van anderen niet alleen te respecteren, maar ze ook over te nemen, maar is daarin wel sterker geworden.

Daarbij heeft ook geholpen dat er op de Passie verschillende denominaties vertegenwoordigd zijn onder de leerlingen. Van Gergem tot Evangelisch-Baptist en Pinkstergemeente, waardoor er veel discussies op allerlei niveaus met verschillende uitgangspunten konden plaatsvinden, onder, meestal zwijgend, toezicht van een leerkracht. Daar leer je wel van dat je je standpunten kunt duidelijk kunt krijgen, niet alleen voor de ander, maar ook voor je zelf.

Belijdenis doen? Ooit? Daar is Rudie nog niet uit, maar hij denkt wel altijd aan deze Kerk verbonden te blijven.

Vernieuwingen, Rudie? O, zei Rudie, een paar jaar geleden, toen ik in de leeftijd kwam van alles beter te weten, vond ik veel verkeerd. Bijvoorbeeld preken over de duistere, zondige  kant van de mens, het oordeel, de troosteloze psalmen. Ik miste de vreugde, die je bijvoorbeeld wel beleefde in allerlei opwekkingsliederen.

Maar dat is helemaal veranderd. Nu mag ik ook, zoals gisteravond in de preek over Openbaring 14, naast al die duistere krachten, ook het Overwinnende Lam zien in al Zijn kracht en glorie. En de psalmen zijn zó mooi en hebben zoveel meer diepgang dan Opwekking, dat voor mij zelfs de nieuwe weerklank-vertaling helemaal niet nodig was geweest. Ik snap die ook vaak niet (ik ook niet, hoor Rudie) dus wat is nu precies de winst?  De Bijbelliederen in Weerklank vindt Rudie wel heel waardevol, niet als vervanging van de Psalmen, maar ze voegen beslist iets toe.

Vernieuwingen zoals vrouwen in het ambt, dat is ook volgens Rudie niet bijbels. Niet alleen dat vrouwen stil moesten zijn, daar is nog iets voor te zeggen als je nog niet weet waar je, bij gebrek aan scholing, over praat.

Maar, ofschoon vrouwen tegenwoordig wél geschoold zijn, en gelukkig maar, dan nog is de man eerst geschapen en daarna de vrouw, tot zijn hulp, en niet tot zijn hoofd.

Dan heeft ook Rudie een vraag voor mij: ik hoor nog wel eens over die goeie ouwe tijd, vindt u ook dat alles toen écht veel beter was?

Nee Rudie. Niet echt. Anders. Minder ingewikkeld misschien, zeker  als je ouder bent en niet kunt wennen of meekomen in de stroom van nieuwe ontwikkelingen….. (Rudie: U niet meekomen? – ik: wel, Rudie, het gaat nu nog aardig goed, maar dat kan zo maar veranderen)  ….die veelheid kan zelfs voor jonge mensen ingewikkeld zijn.

Maar ook vroeger werd de tijd gevormd door zondige mensen. Zij legden de kiemen voor de komende ontwikkelingen, ook de verkeerde.

Van het heden kun je ook niet zeggen dat het een goede nieuwe tijd is. Integendeel. Ook gevormd door zondige mensen en foute  invloeden.

Er is wel een stroomversnelling gaande in de ontwikkelingen en ik heb geen idee waar dat toe leiden zal.

We besluiten dat we maar vertrouwen moeten houden dat God in genade blijft omzien naar ons, zondige mensen, en dat onze tijden in Zijn hand zijn.

De Goede Tijd zal nog komen.

GREET SCHUURMAN

MEVROUW GREET SCHUURMAN-JONGENEEL

 

 

 

  Ik wil de serie interviews met onze organisten besluiten met het verhaal van Greet, de andere ‘oudgediende’.

  Op een vrieskoude februarimiddag komt ze, zo maar spontaan, bij me langs. En dat komt goed uit - kunnen we gelijk het      interview doen dat al een tijdje in de planning is. 

  Greet vertelt:

  Van af mijn achtste jaar had ik orgel-les van Nees Brouwer uit Breukelen, samen met mijn zus Maartje.

  Tot ik naar de Mulo ging, toen werd het met het huiswerk een beetje te veel.

  Nadat ik getrouwd was, had ik niet, zoals in het ouderlijk huis, een orgel in huis, en dat miste ik erg. Gelukkig kon ik toen    een harmonium krijgen van een oom.

  Toen ben ik ook weer les gaan nemen. Nu bij Co Kramer, die ook dirigent was van het zangkoor waar ik op zat. Dat mag      een jaar of vijf geduurd hebben, tot op zekere avond er iemand van de Kerkenraad voor de deur stond, Piet Wijnen (een        andere dan de organist die straks genoemd wordt) die tegen mijn man zij dat hij Greet wilde spreken.

  We leven dan nog in een tijd en cultuur, dat het vrij ongewoon is, dat, als er een man in huis is, de vrouw te spreken wordt    gevraagd. Maar waar het om ging was, of ik de avonddiensten op het kerkorgel wilde spelen.

  Dat was in april 1978, dus 40 jaar geleden.

 

Nu is een harmonium wel iets anders dan een kerkorgel, dus ben ik les gaan nemen bij Ton van der Horst, op het orgel van de grote kerk in Hilversum.

Toen ik op ons eigen kerkorgel ging spelen was dat natuurlijk geweldig fijn, maar wél met het gemengde gevoel, dat mijn vader, die van 1942 tot 1972 de avonddiensten gespeeld had, dit niet meer heeft meegemaakt.

Ik werkte samen met Fia Lam, die de organist Piet Wijnen had opgevolgd.

Fia de ochtenddiensten, ik de avonddiensten.

Dat is zonder onderbreking zo gebleven. Immers, in die tijd, was er, als je een boerenbedrijf te runnen had, geen sprake van vakantie.

Totdat ik in 2015 ineens van alles kreeg, knieoperaties, een gebroken pols, wat allemaal nogal wat revalidatie tijd vergde.

Ik zou 1 januari  2016 weer beginnen, maar dat werd een dag eerder - onverwacht werd ik voor oudejaarsavond gevraagd te spelen in een andere gemeente.

Een tijd uit de running, nog niet eens helemaal gerevalideerd,  allemaal redenen om nee te zeggen.

Maar ik ben niet zo sterk in nee zeggen. Dus zei ik ja.

 

En 1 januari is ze de trap naar ons eigen orgel weer  opgescharreld.

 

Muziek maken is bepaald therapeutisch, ondervindt ook Greet. Hoewel ze erge last had van Post/traumatische dystrofie, was het, alsof het spelen haar boven de pijn uit tilde. Maar ook was het spelen op zich pure fysiotherapie. Nu kan zij weer volkomen pijnloos spelen.

Greet speelt, behalve ’s avonds in onze kerk, ook de morgendiensten in Soest, ook alweer zo´n 13 jaar.

Ook heeft ze, ondanks drukke gezins- en bedrijfsbezigheden, leerlingen gehad. Tot een man of 13.

Tegenwoordig geeft ze haar kleinzoon van 6 les, wat wel heel bijzonder is om te doen.

 

Soms kom je voor onverwachte ‘verrassingen’ te staan, vertelt Greet. Zo had ik me voor een zekere morgen, zo als te doen gebruikelijk, voorbereid op de dienst in Soest, aan de hand van de toegestuurde liturgie. Zit ik daar achter het orgel, wordt er een heel ander lied aangekondigd. Nu is het daar niet zo, dat je op een bord kunt zien wat er gezongen gaat worden, nee, dat wordt op een beamer vertoond, zodra het zover is. Ik hoopte dat het bij dat eerste lied zou blijven, meer nee hoor,  steeds werd er een andere psalm genoemd dan die ik had voorbereid. Dat was tóch al omschakelen, maar zul je ook nog eens de muziek niet bij je hebben.

Gelukkig had ik het koralenboek van E. Drenth bij me, en dat is dan wel niet het allermoeilijkste,  maar het is wel in hele noten genoteerd, dus dat moest ik naar ritmisch improviseren.

Gelukkig heb je dan wel je kennis en ervaring, maar het was toch wel een béétje lastig.

 

Ik geloof niet dat ik ooit zo´n rood hoofd heb gehad tijdens het spelen.

Maar naderhand kreeg ik van de dominee een compliment. Dus dat rode hoofd hield nog even aan.

 

Greet hoopt nog een tijd als organist mee mogen te gaan  in de avonddiensten,  maar zij is toch ook heel dankbaar, dat er jonge organisten voorhanden zijn, als het stokje overgedragen moet worden.